Kennisbank
De visitaties uit het verleden vormen een rijke bron aan informatie. We analyseren ze voortdurend en verzamelen de goede praktijken van anderen. Zodat u daar uw voordeel mee kunt doen.
Nederland kent een in de Woningwet ingebed visitatiestelsel voor woningcorporaties. Visitaties geven een beeld van de maatschappelijke prestaties van corporaties in de lokale context. Met aanknopingspunten voor verbetering en samenwerking. Zo dragen visitaties bij aan maatschappelijk leren en aan beter wonen in Nederland. De basis is een eenduidige methodiek en een onafhankelijke uitvoering.
Lees meerDe visitaties uit het verleden vormen een rijke bron aan informatie. We analyseren ze voortdurend en verzamelen de goede praktijken van anderen. Zodat je daar je voordeel mee kan doen.
We hebben de best practices in drie groepen verdeeld:
In die situatie zal de onafhankelijkheid of in ieder geval de schijnbare belangenverstrengeling in het geding zijn. Een bureau (incl. de daaraan verbonden visitatoren) en ook de leden van de visitatiecommissie dienen onafhankelijk te zijn ten opzichte van de corporatie, zo is vastgelegd in de accreditatiecriteria. Daarbij geldt dat de onafhankelijkheid tijdens en na afloop van de visitatie op geen enkele manier in discussie mag zijn. Het bureau moet daartoe, voorafgaand aan de visitatie een risicoanalyses maken. In deze risicoanalyses dient mogelijk schijnbare belangenverstrengeling te worden meegenomen.
Onafhankelijk betekent dat er geen enkele zakelijke relatie mag bestaan tussen de corporatie en het bureau c.q. hun visitatoren. Voor het bureau geldt daarbij een termijn van twee jaar vóór de visitatie tot twee na de visitatie. Dat betekent dat als het RvC lid is vertrokken, pas twee jaar nadien het bureau een visitatie bij die corporatie kan uitvoeren.
Voor individuele visitatoren geldt een termijn van vier jaar vóór de visitatie tot twee jaar erna dat zij geen visitatie bij die corporatie mogen uitvoeren.
Het systeem biedt nog steeds normen en referenties maar is bewust minder gedetailleerd geformuleerd. In de jaren tussen het moment van opstellen van methodiek 6.0 en nu is het beeld over waar de meeste toegevoegde waarde van de visitatie ligt verschoven. Methodiek 6.0 zette in op vergelijkbaarheid, ook in de verwachting dat een aansluiting bij de verschillende databronnen in de volkshuisvesting, zoals de Aedes Benchmark, plaats zou vinden. Dat is niet van de grond gekomen. Tegelijkertijd is het signaal dat corporaties te weinig ruimte ervoeren voor maatwerk steeds sterker naar voren gekomen, en is ook uit de experimenten gebleken dat het mogelijk is die ruimte voor maatwerk te bieden, en tegelijkertijd rolvast als ‘strenge maar rechtvaardige’ visitator te blijven.
Wanneer er slechts sprake is van een administratieve scheiding dan wordt Niet-DAEB gewoon in de beoordeling betrokken, want het is dan een activiteit van de te visiteren corporatie.
Als er sprake is van een juridisch afgescheiden vennootschap dan heeft de Aw het splitsingsvoorstel beoordeeld en heeft ook het WSW daarnaar gekeken. De visitator hoeft dat niet over te doen.
Wel kan de argumentatie voor scheiding of splitsing van belang zijn in de visitatie:
Elk visitatierapport is openbaar. Hieronder kunt u zoeken op de naam van de woningcorporatie. Kies uitgebreid zoeken voor meer opties, zoals zoeken op jaar, provincie, plaats, omvang of uitvoerend bureau.